"De Roodbroek"

Deze website dient als digitaal monument ter nagedachtenis aan de roemrijke voetbal-geschiedenis van HFC Haarlem, om daarmee de unieke roodblauwe traditie van HFC Haarlem in leven te houden.

Met datzelfde doel worden in samenwerking met de stichting Haarlem 1889 en FC Haarlem-Kennemerland regelmatig activiteiten aan de Jan Gijzenkade georganiseerd. Ook is het aloude clubblad De Roodbroek nieuw leven ingeblazen. Inmiddels zijn drie nummers verschenen. Exemplaren zijn voor slechts 2,5 euro te bestellen via deze website.

 

Kampioenen

Erelijst HFC Haarlem:


HAARLEM IN 1946 KAMPIOEN VAN NEDERLAND

Een trainer had HFC Haarlem niet. Een thuishonk evenmin, omdat 'den Duitschen indringer' in augustus 1944 het voetbalveld op brute wijze had ingepikt. En geld om een fatsoenlijk tenue aan te schaffen, hadden de Roodbroeken al helemaal niet. Maar met de terugkeer van de katholieke Kick Smit, die in het eerste oorlogsjaar naar het roomse HBC was vertrokken, bleek de in 1889 opgerichte vereniging een fortuin in handen te hebben. Voetballegende Smit was de grote architect van het Haarlem, dat op 17 juli 1946 de enige landstitel uit de clubhistorie veroverde.

Kick Smit, wiens echte voornamen Johannes Chrishostomos waren, is de beste voetballer die Haarlem ooit heeft voortgebracht. De linksbenige halfspeler kon aanvallen, verdedigen, passeren, koppen, verwoestend op doel schieten, scoren, was snel, had een enorme longinhoud en was in staat om een wedstrijd te 'lezen'. Smit werd in zijn gloriedagen de 'swerver' genoemd, omdat de voetballende melkboer tijdens een wedstrijd over het hele veld te vinden was. De 29-voudig international (26 goals) verdedigde als het nodig was, viel aan als hij kon. Smit had een feilloos gevoel voor positie, wist exact waar hij 'het bruinen monster' - de bijnaam van de leren voetbal - kon verwachten. Kees Rijvers, oud-bondscoach en destijds als NAC-speler tegenstander van Smit, zei ooit: 'Ik heb nooit begrepen waarom voor die man nooit een standbeeld is opgericht. Hij was veelzijdiger dan wie van ons ook. Moesten we met NAC tegen Haarlem, dan zeiden we altijd dat er dit keer weer twaalf man tegenover ons stonden. Smit kon alles, maar was te goed voor deze wereld.'

Maar het team dat in het eerste na-oorlogse voetbalseizoen de nationale titel zou veroveren, was meer dan Smit alleen. Zo vormde vleugelspits Piet Groeneveld (408 duels voor Haarlem) met Smit de gevreesde linkerwing. 'Eigenlijk ben ik een beetje verpest geraakt door Kick, want waar je de bal wilde hebben, daar kréég je hem', liet Rijkswaterstaatambtenaar Groeneveld - anno 2000 nog immer clubtopscorer met 190 goals - zich ooit ontvallen.

Tevens beschikte Haarlem in het kampioensjaar over Wim Roosen. De lange midvoor ontpopte zich tot een geduchte kopspecialist, die met 163 doelpunten in 224 duels een enorm rendement etaleerde. De populaire Roosen zou echter de pech hebben dat hij in de kampioenswedstrijd tegen Heerenveen niet kon spelen. Hij had enkele dagen daarvoor een hersenschudding opgelopen in de wedstrijd tegen Limburgia.

HFC Haarlem was in 1945/'46 een hechte eenheid, waarbij de gezelligheid niet uit het oog werd verloren. De voetballers waren echte liefhebbers van het spel, vonden het prachtig als ze op kauwgomplaatsjes werden afgebeeld. Ook buiten het veld trokken bestuur (met de vermaarde voorzitter Jaap van Baalen Blanken aan het bewind) en spelers veel met elkaar op. Als iemand verhuisde, hielp het halve elftal plus de vrouwen mee.

Die onderlinge band was een van de peilers waarop het succesvolle vriendenteam, dat in masseur Ulbe van der Zwaart een 'wonderverzorger' had, rustte. Een ander belangrijk element was de gedurfde overschakeling naar het stopperspil-systeem. Haarlem, dat voorafgaande aan het seizoen 1945/'46 met tien stemmen voor en één tegen het voorstel aannam om over te schakelen naar deze revolutionaire speelwijze, had dit drie backs tellende systeem afgekeken van het Engelse Arsenal. Het bleek een gouden greep, want met Wiggert van Daalen jr. als ijzeren stopper veroverde de ploeg van captain Arie de Winter op 2 juni 1946 de titel in de eerste klasse NVB, ditrict II.

De Roodbroeken bleven in deze districtscompetitie twee punten voor op Blauw Wit, dat in een onderling treffen met een psychologische truc van Kick Smit was verslagen. De linkshalf was ziek geweest en zou niet meespelen tegen de grote concurrent uit Amsterdam. Smit liet zich tot vijf minuten voor de wedstrijd in burger zien. Daarna kleedde hij zich razendsnel om. En rende als eerste het veld op. Een donderend applaus werd zijn deel en Blauw Wit was al voor het eerste fluitsignaal verslagen.

Psychologie. Het speelde een grote rol bij het Haarlem van toen. Rond het jaar 1948 werd er voor iedere thuiswedstrijd steevast een hokus-pokus-act opgevoerd. Onder de houten tribune hielden alle basispelers hun hand boven de bal, teneinde deze gunstig te stemmen.

De kampioenencompetitie leek op 17 juni 1946 desastreus te beginnen voor de Haarlemmers. Binnen de kortste keren had NEC - dat met Haarlem, Ajax, NAC, Limburgia en Heerenveen om de landstitel streed - een 3-0 voorsprong genomen. Het wilde maar niet lukken, totdat Kick Smit in het oor van aanvoerder De Winter fluisterde: 'Gooi wat om in de opstelling'. Waarna de Roodbroeken alsnog een 4-3 winst uit het vuur wisten te slepen.

Het was een gedenkwaardig begin van een opmerkelijke kampioenencompetitie. Nadat het roemruchte Ajax, met onder meer Rinus Michels in de gelederen, in een uitverkocht Olympisch stadion met 2-0 was verslagen, sloegen de Amsterdammers in de tweede ontmoeting genadeloos terug. De imposante Haarlem-keeper Piet Kluit zag de ene na de andere bal achter hem verdwijnen (8-0). Zelfs de meest fanatieke fan moet hebben gedacht dat deze mentale dreun het einde van de Haarlemse titelaspiraties betekende. Maar niets bleek minder waar. Op de avond van de vernedering trok de Haarlem-ploeg, op instigatie van de 'nuttige invaller' Jaap van Balen Blanken jr., naar café Brinkmann. Dankzij het inspirerende pianospel van rechtsbinnen George Koning bouwde Haarlem een feestje en werd de geest verfrist.

NAC, dat zo dom was geweest om Kick Smit te prikkelen met de uitspraak dat Haarlem 'altijd van die mazzelgoaltjes maakte', werd vervolgens met 4-1 en 2-1 het eerste slachtoffer van de herboren Roodbroeken. Daarna ging Limburgia twee keer over de knie (2-1 en 3-2), waarna in de thuiswedstrijd tegen het Heerenveen van Abe Lenstra het kampioenbschap kon worden binnengehaald. De Friezen van Us Abe kregen, dankzij treffers van Koning en Smit, met 2-0 klop, waarna de spelers in een juichende mensenmassa van het veld werden gedragen.

Bron: Marc Kok, Haarlems Dagblad


 HFC HAARLEM IN 1969 NAAR EREDIVISIE

'Het is gelukt', kopte Haarlems Dagblad in het sportkatern van 2 juni 1969. 'Haarlem heeft dankzij een 3-0 overwinning op Helmond Sport (doelpunten Couperus (2x) en Hoeben) de eredivisie bereikt. Met trots kon trainer Barry Hughes na afloop zeggen: ,,Karakter is de kracht van mijn elftal. Ik heb elf kerels in mijn team''.'

Op de eerste dag van juni verkeerde heel Haarlem in een feestroes. Voor het eerst sinds de introductie van het betaalde voetbal midden jaren vijftig, waren de Roodbroeken erin geslaagd om promotie naar de hoogste voetbalafdeling af te dwingen. ,,Na het laatste fluitsignaal bestormden de supporters het veld. Alle spelers werden op de schouders genomen. En door souvenirjagers van hun shirtjes ontdaan'', herinnert Wytse Couperus zich.

Later die middag werden de Haarlem-voetballers in vier open wagens richting Grote Markt gereden. De fans, de inwoners van de stad, ja zelfs de politiek was uitgelaten - getuige een gelukstelegram dat de PvdA naar aanvoerder Maup Kruijer stuurde: 'Wij feliciteren u met promotie naar de eredivisie. Gezien de taak en plaats van de sport in ons huidig maatschappelijk bestel wensen wij u aldaar veel succes in het belang van de totale Haarlemse bevolking.'

,,Het voetbal leefde weer in Haarlem'', stelt Couperus dertig jaar na dato. ,,Na de gouden tijd rond Kick Smit was de club afgezakt naar de tweede divisie. Pas tussen '66 en '69 werd het verloren terrein herwonnen. Duizenden mensen kwamen dat seizoen naar het stadion. Tijdens het duel met Helmond zat er 15.000 man. Dat kun je je nu haast niet meer voorstellen. Hoewel we een puntje te kort kwamen om SVV van de titel af te houden, werd de tweede plaats in de eindrangschikking als een kampioenschap gevierd. Want we gingen naar de eredivisie.''

Een van de steunpilaren van het hechte collectief, dat een promotiepremie van 1500 gulden de man ontving, was Mister Haarlem Beer Wentink. De rechtervleugelverdediger, die in zijn carrière 524 maal voor de rood-blauwen uitkwam, was zeer betrouwbaar. ,,Beer was iemand die altijd een zeven scoorde'', zegt Couperus. ,,Dankzij een bereconditie was hij bovendien gevreesd voor zijn 'opkomende kwaliteiten'; vanuit de verdediging ineens langs de zijkant van het veld ten aanval trekken. Beer was zeg maar de voorloper van Wim Suurbier.''

Aan de linkerkant van de defensie stond de pas 22-jarige 'eigen kweek' Sjef van Duffelen geposteerd. Volgens Couperus een speler die het niet van zijn voetbalkwaliteiten, maar van een tomeloze inzet moest hebben. ,,Sjef was spijkerhard, een crime om tegen te spelen. Als de rechtsbuiten dacht dat-ie hem voorbij was, stond Van Duffelen al weer voor 'm.''

Naast de sterke verdediging, die werd gecompleteerd door de op vele posities inzetbare Gerrit Peijs (368 duels voor Haarlem) en de kleine, van Ajax afkomstige voorstopper Günther de Haan, kende Haarlem een veelzijdig middenveld. De 'getructe' captain Maup Kruijer ('technisch goede voetballer die de tegenstander kon bespelen') en de fysiek flink uit de kluiten gewassen Jan Fransz ('had een sterk schot in de benen en kon in één vloeiende beweging een speler passeren') bekleedden het centrum, terwijl de buitenkanten werden ingevuld door de 'teruggetrokken' vleugelspitsen Kees van Sloten en Chris Lefering.

,,Kees en Chris waren twee totaal verschillende voetballers'', weet topscorer Couperus, die tussen '65 en '70 liefst 97 keer doel trof voor Haarlem. ,,Chris, die op de rechterflank stond, was superserieus. Hij had een enorme longinhoud, waardoor hij niet alleen nuttig voor het middenveld was maar ook zeer makkelijk de achterlijn haalde. Kees was daarentegen een typische linksbuiten; een gevoelsspeler die de meest fantastische acties afwisselde met de meest onverklaarbare missers. Kees, met 21 jaar de jongste van het stel, was alls-of-niks. Jammer dat hij nooit de juiste balans tussen die twee uitersten heeft kunnen vinden.''

Lefering en Van Sloten hadden vooral de taak om het centrale spitsenduo Piet Hoeben en Wytse ('en dus niet Wytze zoals de kranten altijd schreven') Couperus te bedienen. ,,Piet speelde een beetje achter mij'', herinnert de in Overveen wonende Fries zich. ,,Dankzij z'n lengte was hij in staat om passes van achteruit door te koppen, waardoor ik gevaarlijk kon worden. Wij voelden elkaar prima aan en vormden destijds een gevreesd koppel. Later is Piet naar de achterhoede verhuisd. Helaas is hij veel te vroeg overleden.''

In het mentaal sterke team, dat halverwege het seizoen Jaap Houtkoper ('de vervanger van de aan z'n meniscus geblesseerd geraakte Ron Boomgaard') als keeper aantrok, mag de rol van verzorger Thijs van der Zwaard en trainer Barry Hughes niet vergeten worden. ,,Thijs was de man met de gouden handjes, die kon iedereen wedstrijdfit maken'', zegt enkelvoudig international Couperus.

,,Barry wist met een mengeling van humor en discipline het beste uit de groep te halen. Hij was heel fanatiek, zat er bovenop en kweekte een uitstekende sfeer'', zegt Couperus, die vandaag de dag werkzaam is in de sportsponsoring. ,,Anderhalf seizoen voor de promotie had Hughes, met wie ik nog heb samengespeeld bij Blauw Wit, het roer overgenomen van CIOS-docent Pim Peeman. Voordat hij ons ging coachen, was Barry benzinepomphouder in Alkmaar en trainde hij de amateurs van Harlingen. Ik heb het altijd goed met 'm kunnen vinden. Later, toen ik bij ADO speelde en Hughes Go Ahead Eagles coachte, belde hij me een keer op: 'Wytse, wij gaan nu samen naar Engeland om de Cup Final te zien', zei hij. 'Wat? Moet je trainen? Nu moet je niet zeuren Couperus, je gaat gewoon mee'. En daar gingen we dan. Typisch Barry.''

Bron: Marc Kok, Haarlems Dagblad

Home

HFC Haarlem

Haarlem1889

Magazine

Nieuws

Kick Smit

Kampioenen

Supermatches

Statistieken

Evenementen

Foto's

Video's

Links

Webshop

Contact